Inzet van coronasneltesten op de werkvloer (deel 3)

Het afgelopen weekend berichtte het FD dat veel bedrijven wakker liggen van de lockdown en het gebrek aan testcapaciteit. Steeds meer organisaties overwegen dan ook om het testen van werknemers in eigen hand te nemen. Met name de inzet van coronasneltesten wordt vaak genoemd. Maar is het gebruik daarvan wel toegestaan in een werkomgeving? Welke maatregelen kunnen organisaties treffen om dit mogelijk te maken? En wat zijn de risico’s? Op deze en andere vragen zal in deze blogserie worden ingegaan. 

Is de AVG van toepassing? 

In het eerste deel van onze blogserie kwam aan bod dat de afname van coronasneltesten op zodanige wijze zou kunnen worden ingericht dat daarmee geen sprake is van de verwerking van persoonsgegevens. De inzet van coronasneltesten zou daarmee buiten het toepassingsgebied van de AVG gehouden kunnen worden. Dat heeft tot gevolg dat de Autoriteit Persoonsgegevens niet handhavend kan optreden tegen de inzet van dergelijke testen. Maar dat betekent nog niet dat de inzet van coronasneltesten daarmee ook is toegestaan.

Wat als de AVG niet van toepassing is?

Ook op grond van andere wet- en regelgeving moet er namelijk rekening worden gehouden met de persoonlijke levenssfeer van werknemers. Denk bijvoorbeeld aan artikel 8 EVRM en artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, op grond waarvan het privéleven van werknemers ook wordt beschermd. Hoewel de Autoriteit Persoonsgegevens geen toezicht houdt op de naleving van het EVRM en het Handvest, kan hier door werknemers (indirect) wel een beroep op worden gedaan in geval van een eventueel geschil. Een rechter kan als gevolg daarvan een verbod opleggen om coronasneltesten te gebruiken. Daarbij zou er eventueel ook een schadevergoeding kunnen worden toegekend. Ook dat is iets om rekening mee te houden voor organisaties.

In bovenstaande bepalingen spelen het proportionaliteits- en subsidiariteitscriterium een belangrijke rol. Op grond van deze criteria zal door een werkgever onderzocht moeten worden in hoeverre de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van zijn werknemers evenredig is in relatie tot zijn belang bij de eventuele inzet van coronasneltesten. Ook zal de werkgever moeten onderzoeken of het beoogde doel niet op een minder ingrijpende wijze bereikt kan worden. Bijvoorbeeld door het verbeteren van de luchtcirculatie of het dragen van mondkapjes op de werkvloer.

Om te beoordelen of de inzet van coronasneltesten is toegestaan zal er kortom een belangenafweging moeten worden uitgevoerd, waarin de concrete belangen van de werknemer tegen die van de werkgever worden afgewogen. Het is vooraf zeker niet gezegd dat de belangen van de werkgever bij de inzet van coronasneltesten (zoals de uitvoering van werkzaamheden op locatie en het bieden van een veilige werkomgeving aan collega’s) minder zwaar wegen dan de belangen van een individuele werknemer (zoals de bescherming van diens lichamelijke integriteit).

Zeker als het gaat om werkzaamheden in vitale sectoren die onmogelijk vanuit huis kunnen worden uitgevoerd, zullen de belangen van de werkgever veel gewicht in de schaal leggen en zal de inzet van coronasneltesten eerder zijn toegestaan.

Conclusie en aanbevelingen

Of de AVG nu wel of niet van toepassing is op de inzet van coronasneltesten op de werkvloer zal sterk afhangen van de wijze waarop het testen is ingericht. Sommige organisaties zullen er echter niet aan ontkomen om de uitslagen van coronasneltesten te verwerken, althans valt er in elk geval niet uit te sluiten dat dit gebeurt (bijvoorbeeld achteraf bij ziekmelding). En wanneer er sprake is van de verwerking van persoonsgegevens, zal uw organisatie zich moeten houden aan de AVG. In het tweede deel van deze blogserie kunt u lezen wat dat voor uw organisatie betekent.

Ongeacht het antwoord op de vraag of de AVG nu wel niet van toepassing is, zullen er hoe dan ook waarborgen moeten worden getroffen om de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van werknemers zo klein mogelijk te houden.

Organisaties doen er dan ook verstandig aan om de volgende maatregelen te treffen als zij het gebruik van coronasneltesten overwegen:

  • Voer vooraf een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit om het effect van de beoogde (verwerkings)activiteiten op de bescherming van (persoons)gegevens te beoordelen. Dit is een goede manier om aan te tonen dat vooraf zorgvuldig is nagedacht over de wijze waarop de coronasneltesten worden uitgevoerd en hoe er om wordt gegaan met testuitslagen. Ook kunnen hiermee de voornaamste risico’s goed in kaart worden gebracht en zo nodig worden geminimaliseerd.
  • Betrek werknemers, de ondernemingsraad, en indien van toepassing, de functionaris voor de gegevensbescherming, bij de wenselijkheid van het aanbieden van coronasneltesten.
  • Documenteer nut en noodzaak van het uitvoeren van de coronatesten. Neem daarbij ook eventuele alternatieve maatregelen onder de loep, zoals de mogelijkheid om thuis te werken, het dragen van mondkapjes en andere beschermende kleding, het verbeteren van de luchtcirculatie en/of het houden van afstand op de werkvloer.
  • Zorg ervoor dat gebruik wordt gemaakt van betrouwbare testen en dat er duidelijke instructies worden gegeven over de testafname, zodat de kans op fouten zo klein mogelijk is.
  • Als dat mogelijk is, laat de testen dan afnemen door de bedrijfsarts of arbodienst en zorg ervoor dat alleen zij en de werknemer in kwestie de uitslag onder ogen krijgen.
  • Informeer werknemers van tevoren goed en op de juiste wijze over de sneltesten en de eventuele consequenties als zij daaraan niet willen meewerken. Informeer hen daarbij ook over de wijze van ziekmelding en welke informatie daarbij wel en niet verstrekt dient te worden.
  • Leg zo min mogelijk persoonsgegevens vast (dataminimalisatie).

Meer weten?

Wilt u weten of uw organisatie gebruik mag maken van coronasneltesten en hoe u dit het beste kunt vormgeven? Wilt u hulp bij het uitvoeren van een DPIA? Of heeft u andere vragen over privacy en corona? Neem dan contact op met Tom de Wit of Lisa Molenaars.